‘Ik zou wel willen dat er vaker zo’n vrijwilliger kwam’

Iedere dinsdagmiddag gaat Odhilde Halewijn op bezoek bij mevrouw Schipper (92). Ze kletsen wat, maken een wandeling of doen een boodschap. Mevrouw Schipper geniet er enorm van, want ze houdt van gezelschap en kan door haar oogziekte niet meer alleen naar buiten. En ook haar dochter is er blij mee, want die hoeft die middag even geen mantelzorg te verlenen.

Odhilde Halewijn is een van de 160 zorgvrijwilligers die actief zijn voor Mantelzorg & Meer. Deze organisatie ondersteunt mantelzorgers in Amstelveen en omgeving. Een van die mantelzorgers is mevrouw Verhagen, de dochter van mevrouw Schipper. Zij heeft het flink druk met haar zorgtaken:

‘Sinds mijn vader elf jaar geleden stierf en de ogen van mijn moeder steeds slechter werden, is zij afhankelijker geworden van andere mensen. Daarom zorg ik veel voor haar: op vrijdag, zaterdag en zondag haal ik haar op of gaan we op stap, en ook door de week kom ik vaak even langs voor een klusje of praatje. Natuurlijk doe ik dat met liefde, maar ik heb ook nog mijn eigen leven met man, kinderen en kleinkind. Daarom vind ik het fijn dat Odhilde elke dinsdagmiddag komt: het geeft mij rust dat mijn moeder dan niet alleen is.’

Maatschappelijk nut

Mevrouw Schipper kwam met Odhilde in contact via een sociaal werkster, die Mantelzorg & Meer inschakelde. Odhilde: ‘Ik had me toen net aangemeld als zorgvrijwilliger, omdat ik graag maatschappelijk nuttig bezig wilde zijn. Als gevolg van een herseninfarct kan ik niet meer werken en ook geen zware activiteiten meer doen. Maar een beetje kletsen kan ik nog prima, dus dit is ideaal voor mij. Tijdens het kennismakingsgesprek klikte het meteen en na twee jaar zijn we nog steeds niet uitgepraat. Dat ik er geen vergoeding voor krijg, vind ik geen probleem: ik maak geen onkosten en doe het met plezier.’

Financiering door gemeenten

Odhilde wordt begeleid door de professionals van Mantelzorg & Meer. Deze verzorgen ook trainingen voor de vrijwilligers en doen de intakes en coördinatie. De organisatie wordt gefinancierd door de betrokken gemeenten, die ook mantelzorgers naar hen doorverwijzen. Mevrouw Verhagen is er content mee: ‘Wat mij betreft mag er wel vaker een vrijwilliger komen; mijn moeder knapt er enorm van op.’

V.l.n.r. mevrouw Halewijn, mevrouw Schipper en mevrouw Verhagen